Zoek op internet of lees de zaterdag editie van een landelijk dagblad. Je hoeft niet lang te zoeken naar een (lege) BV. In dit artikel wordt niet ingegaan op de risico’s van de koper van een (lege) BV, maar de risico’s van de verkoper. In de rechtspraak worden de laatste tijd steeds meer uitspraken gedaan waarbij de verkoper van de aandelen van een (lege) BV door crediteuren van dezelfde BV met succes wordt aangesproken op grond van bestuurdersaansprakelijkheid.

De Rechtbank Oost-Brabant heeft op 1 mei 2013 over een dergelijke kwestie uitspraak gedaan (ECLI:NL:RBOBR:2013:CA0005). De feiten waren als volgt.

Gedaagde was – via een andere BV – enig aandeelhouder en bestuurder van International Poolguild BV (hierna: IPG). In 2005 heeft IPG met eiser – de naam wordt niet in het vonnis genoemd – een overeenkomst gesloten voor het aanleggen van een zwembad. Deze overeenkomst heeft uiteindelijk geresulteerd in een gerechtelijke procedure. In deze procedure is IPG bij vonnis 31 maart 2010 veroordeeld aan eiser te voldoen een bedrag van ruim € 60.000,–.

In 2008 besloot gedaagde de aandelen van IPG aan een derde te verkopen. Via een tussenpersoon is gedaagde vervolgens in contact gekomen met meneer B. Op verzoek van meneer B werd de statutaire naam van IPG per 1 mei 2009 gewijzigd alsook werd de statutaire omschrijving van de bedrijfsactiviteiten veranderd van “Groothandel in zwembaden en zwembad gerelateerde artikelen” naar “De exploitatie van een transport- en expeditiebedrijf”.

Bij notariële akte van 15 september 2009 zijn de aandelen van IPG door gedaagde overgedragen aan een tweetal stichtingen, waarvan meneer B bestuurder was. De koopsom voor de aandelen bedroeg
€ 50.000,– en diende in 24 gelijke maandelijkse termijnen te worden voldaan. Opvallend was dat ten tijde van de overdracht van de aandelen binnen IPG geen (handels)voorraad of inventaris aanwezig was. Feitelijk werd door gedaagde slechts overhandigd lijsten met afnemers en klanten alsmede de administratie.

Na verkregen vonnis heeft eiser geprobeerd de vordering op IPG te incasseren. Hierin is eiser niet geslaagd. Uiteindelijk is IPG op 28 september 2010 in staat van faillissement verklaard.

Vervolgens richt eiser zijn pijlen op gedaagde in zijn hoedanigheid van oud bestuurder en aandeelhouder van IPG. Eiser voert aan dat gedaagde opzettelijk de mogelijkheden tot verhaal van zijn vordering heeft gefrustreerd door de aandelen van IPG via een malafide handelaar te verkopen aan een derde, welke derde geen verhaal boot.

De rechtbank stelt voorop dat een bestuurder van een vennootschap zoals gedaagde in geval van benadeling van schuldenaren van deze vennootschap onder omstandigheden aansprakelijk kan zijn indien de bestuurder heeft bewerkstelligd of heeft toegelaten dat de vennootschap haar wettelijke of contractuele plichten niet nakomt en vorderingen van deze schuldenaren onverhaalbaar blijken. Deze aansprakelijkheid kan in de regel pas worden aangenomen wanneer deze bestuurder in de zin van artikel 2:9 BW persoonlijk een voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt. Hiervan kan sprake zijn als de bestuurder wist of redelijkerwijze had kunnen begrijpen dat de door hem bewerkstelligde of toegelaten handelswijze van de vennootschap tot gevolg zou hebben dat deze haar verplichtingen niet zou nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor de daardoor optredende schade.

De rechtbank oordeelt op basis van de gebleken feiten dat gedaagde een persoonlijk voldoende ernstig verwijt kan worden gemaakt. In dat kader stelt de rechtbank vast dat door gedaagde onvoldoende onderzoek was gedaan naar de persoon van meneer B alsook zijn (werkelijke) bedoelingen ten aanzien van de onderneming. Bovendien had gedaagde volgens de rechtbank zijn stelling, inhoudende dat hij geheel te goeder trouw zou zijn geweest, onvoldoende onderbouwd door geen verifieerbare stukken te overleggen. Gedaagde wordt dan ook uiteindelijk veroordeeld tot betaling van de vordering van eiser op IPG.

Deze uitspraak leert dat het zomaar verkopen van een (lege) BV met verplichtingen tegenover schuldeisers grote risico’s met zich meebrengt, zeker wanneer de koper een dubieuze reputatie geniet en schuldeisers uiteindelijk onbetaald worden gelaten. Het is dan ook raadzaam in een dergelijke situatie juridisch advies in te winnen.

« Terug naar het overzicht

© 2018 - Alle rechten voorbehouden - Vallei Advocaten & Mediators