‘Onrechtmatig’ verkregen bewijs in het Arbeidsrecht

In het kader van bewijslevering wordt weleens de vraag gesteld, hoe men dient te handelen bij ‘onrechtmatig’ verkregen bewijs in het Arbeidsrecht. In dit artikel zal hierop, in het algemeen, worden ingegaan.

De Hoge Raad heeft op 11 juli 2014 (ECLI:NL:HR:2014:1632) in een procedure over de werkingssfeer van twee cao’s bevestigd, dat in civiele procedures geen algemene bewijsuitsluitingsregel bestaat.

De reden daarvan is dat het algemene maatschappelijke belang dat de waarheid in rechte aan het licht komt en het belang dat partijen hebben bij het in rechte aannemelijk maken van hun stellingen in beginsel zwaarder weegt dan het belang van uitsluiting van (onrechtmatig verkregen) bewijs. Voor uitsluiting van bewijsmateriaal zijn bijkomende omstandigheden vereist.

Daarnaast brengt het feit dat bewijsmateriaal onrechtmatig is verkregen door een derde, niet mee dat dit materiaal ook door de procespartij onrechtmatig is verkregen.

Gelet op de jurisprudentie, zal in de regel bezwaar tegen onrechtmatig verkregen bewijs niet leiden tot het uitsluiten van dit bewijs.

Invloed op de billijke vergoeding

Onder omstandigheden kan echter wel rekening worden gehouden met onrechtmatig verkregen bewijs bij het bepalen van de hoogte van de billijke vergoeding. De kantonrechter Haarlem overwoog op 19 september 2018 in het kader van het bepalen van de hoogte van de toe te kennen billijke vergoeding, dat het van belang is mee te wegen dat werkgever op onrechtmatige wijze inbreuk heeft gemaakt op de privacy van de werkneemster. In deze kwestie is werkneemster gedurende zeven dagen in opdracht van werkgever gevolgd. Uit dit onderzoek is gebleken dat werkneemster nevenwerkzaamheden heeft verricht, tijdens de periode dat zij zich had ziekgemeld bij werkgever1.

Ook komt voor dat de door werkgever gevorderde kosten van het (onrechtmatig bevonden) onderzoek worden afgewezen2.

Inzet van verborgen camera’s

In het algemeen is het gebruik van een verborgen camera niet toegestaan. Een werknemer mag er in beginsel namelijk op vertrouwen dat zijn privacy wordt beschermd. Het inzetten van verborgen camera’s (door deze zelf te (laten) plaatsen) op de werkvloer teneinde een misstap van een werknemer te kunnen vastleggen, kan dan ook gezien worden als onrechtmatig verkregen bewijs. Het e.e.a. is echter geheel afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Met name dient te worden aangevoerd dat het plaatsen van een verborgen camera noodzakelijk is om de waarheid te achterhalen.

In dat kader heeft het Hof ‘s-Hertogenbosch op 14 november 2019 (ECLI:NL:GHSHE:2019:4092) geoordeeld dat het laten plaatsen van camera’s door een recherchebedrijf, gerechtvaardigd was en proportioneel om de misstappen van de betreffende werknemer te kunnen vastleggen en te kunnen bewijzen. Het betrof in casu verborgen camera’s. In dit geval was sprake van een serieus te nemen verdenking dat bedrijfseigendommen, met name goud, werden weggenomen door werknemers. Werknemer stelde zich op het standpunt dat minder ingrijpende maatregelen getroffen hadden kunnen worden, maar liet na aan te geven welke minder ingrijpende maatregelen dan getroffen hadden kunnen worden. De conclusie was in die kwestie dat de inzet van de verborgen camera en het daadwerkelijke gebruik van de camerabeelden niet onrechtmatig is.

Vertrouwelijkheid in het kader van mediation

Het schenden van de vertrouwelijkheid in het kader van mediation, vraagt een andere visie. Het kan erg zinvol zijn om bezwaar te maken tegen het door de wederpartij schenden van de in het kader van mediation afgesproken vertrouwelijkheid. Zo heeft het Hof Arnhem-Leeuwarden op 13 januari 2020 (ECLI:NL:GHARL:2020:247) geoordeeld, geen acht te zullen slaan op wat inhoudelijk over de gevoerde mediatongesprekken is aangevoerd vanwege de tussen partijen afgesproken geheimhouding.

Onze arbeidsrechtspecialisten

Indien u vragen heeft over deze materie, neemt u dan gerust contact op met een van onze ervaren arbeidsrechtspecialisten.


mw. mr. E. (Edita) Tesnjak

mw. mr. E. (Edita) Tesnjak


Arbeidsrecht en Ondernemingsrecht

Advocaat
mw. mr. E. (Edita) Tesnjak

Meer interessante artikelen lezen?

  1. Ktg. Haarlem, 19 september 2018, ECLI:NL:RBNHO:2018:7958
  2. Zie bijvoorbeeld Hof Den Haag 31 maart 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:571
« Terug naar het overzicht

© 2020 - Alle rechten voorbehouden - Vallei Advocaten & Mediators