Kent het hof rangorde toe in artsen?

Kent het hof rangorde toe in artsen?

Op 30-03-2021 is er een interessante uitspraak gedaan door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden[1]. Werkgever en werknemer verschillen van mening over de arbeids(on)geschiktheid van werknemer. Verschillende artsen hebben zich hierover uitgelaten. Het hof doet een interessante uitspraak over de rapportages van de artsen. Het onderstaande ging vooraf aan de conclusie van het hof.

De casus

Werknemer is voor één jaar in dienst getreden bij Goliath B.V. Het dienstverband is daarna voor één jaar verlengd. Werknemer meldt zich echter net voor het aflopen van de arbeidsovereenkomst ziek. De arbo-arts concludeerde dat werknemer spanningsklachten had, die verband hielden met niet-medische factoren en achtte de werknemer arbeidsgeschikt. Werknemer heeft hierna een deskundigenoordeel aangevraagd bij de verzekeringsarts van het UWV. De verzekeringsarts heeft geconcludeerd dat werknemer per geschildatum niet geschikt was voor het eigen werk. De UWV-verzekeringsarts heeft het patiëntendossier van de werknemer bij zijn huisarts opgevraagd en heeft de beoordeling van de huisarts meegenomen in zijn eigen rapport. Uit dit dossier werd namelijk opgemaakt dat werknemer vanaf een halve maand voor zijn ziekmelding is behandeld tegen klachten van overspannenheid/burn-out. Daarnaast wordt er benoemd dat werknemer nu 100% door moet werken, omdat de arbo-arts werknemer arbeidsgeschikt heeft verklaard. De werknemer kan dit volgens de huisarts niet aan en is daardoor helemaal door aan het draaien. Hij is agressief, somber, heeft geen zelfvertrouwen meer en slaapt slecht. De huisarts heeft eerder Oxazepam voorgeschreven en schrijft nu Quetiapine voor. Goliath B.V. is echter van mening dat er geen sprake is van arbeidsongeschiktheid en heeft met die reden het loon geschorst. Hij verwijst met name naar de beoordeling van de door hem ingehuurde arbo-arts.

Het oordeel van de kantonrechter

De werknemer vorderde loondoorbetaling over de periode van ziekmelding tot het einde van het dienstverband. De kantonrechter wees de vordering van werknemer tot loondoorbetaling toe. Goliath B.V. kan zich niet vinden in deze uitspraak en gaat in hoger beroep.

Het oordeel van het hof

In het hoger beroep werd beoordeeld aan welk rapport er meer gewicht hangt: het rapport van de arbo-arts of het rapport van de UWV-verzekeringsarts. Het hof volgt de kantonrechter in de volgende overwegingen. Uit de Wet uitbreiding loondoorbetalingsplicht bij ziekte blijkt dat het UWV onder meer als deskundige is aangewezen, omdat het UWV voldoende onafhankelijk staat ten opzichte van de werkgever en werknemer. Dit geldt minder voor de bedrijfsarts/arbo-arts, omdat hij opdrachtnemer is van de werkgever. Daarnaast werd er uitgelegd dat het voorgaande niet betekent dat het deskundigenoordeel per definitie voorgaat op het advies van de bedrijfsarts, maar wel één van de factoren is die meeweegt in het oordeel aan welke medische informatie doorslaggevende betekenis moet worden toegekend. Goliath B.V. heeft in het Hoger Beroep hier geen bezwaren tegen ingediend.

Volgens Goliath B.V. vielen de spanningsklachten nog wel mee, omdat werknemer hoogst waarschijnlijk niet dagelijks zijn medicijnen nam. Hij baseerde dit op het feit dat werknemer nog in zijn auto reed. Het hof heeft het rapport van de UWV-verzekeringsarts zodanig uitgelegd, dat ook de onderliggende psychische klachten als beperking worden gezien voor het verrichten van eigen arbeid en het hof zag daarvoor ook steun in het patiëntendossier van de huisarts. Verder onderzoek naar de hoeveelheid gebruikte medicatie door werknemer was daarom niet nodig.

Het Hof benoemde dat werknemer niet gezien is door een bedrijfsarts (een gespecialiseerde arts) maar een arbo-arts (een basisarts). Deze arbo-arts heeft geen contact gehad (en wilde dit ook niet) met de huisarts terwijl de verzekeringsarts van het UWV wel een brief van de huisarts had ontvangen. Daarnaast vond het deskundigenoordeel steun in de rapportage van de verzekeringsarts en in het patiëntendossier. Dit alles maakt dat het hof in dit geval meer gewicht toekende aan het rapport van de UWV-verzekeringsarts dan aan dat van de arbo-arts.

Het belang van deze uitspraak

Het is algemeen bekend dat de beoordeling van een huisarts vaak niet al te zwaar gewogen wordt. Een huisarts is namelijk niet gespecialiseerd in het arbeidsgeschikt of arbeidsongeschikt verklaren van een werknemer. Het advies van een bedrijfsarts en een verzekeringsarts is dus een stuk belangrijker in deze gevallen. Het hof heeft in deze uitspraak laten zien dat de beoordeling van de huisarts in deze context er wel degelijk tot doet. Zijn beoordeling is namelijk erg belangrijk in de rapportage van de UWV-verzekeringsarts. In de toekomst kan het raadzaam zijn voor zowel werkgever, als werknemer om de arbo-arts/bedrijfsarts te attenderen op het patiëntendossier bij de huisarts. Dit dossier kan dan eventueel mee worden genomen in de beoordeling. Want wat was er gebeurd als de betreffende arbo-arts dat in dit geval ook had gedaan?

Daarnaast concludeerde het hof dat een arbo-arts/bedrijfsarts opdrachtnemer is van werkgever en daarmee minder onafhankelijk is. Volgens het hof is een arbo-arts een basisarts en een bedrijfsarts een specialist. Er is dus wel degelijk sprake van een rangorde volgens het hof. Ook al is dit geen beslissende factor, bij een verschil in beoordeling zal er meer gewicht worden toegekend aan de beoordeling van de verzekeringsarts. Het kan raadzaam zijn om een onafhankelijk deskundigenoordeel bij het UWV te vragen!


[1] Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 30 maart 2021, ECLI:NL:GHARL2021:3017

« Terug naar het overzicht

© 2021 - Alle rechten voorbehouden - Vallei Advocaten & Mediators