Internationaal Privaatrecht (IPR).

Welk recht van welk land is van toepassing op de (arbeids)relatie?

Door de globalisering doen zich regelmatig vragen voor over internationale rechtsverhoudingen in een open handelsland als Nederland. Die vragen raken zowel particulieren als ondernemingen.

In beginsel kent iedere staat van oudsher zijn eigen IPR. Dat gegeven brengt mee dat u vaak maar moet zien of u, bijvoorbeeld, een recht op een buitenlandse erfenis kunt effectueren of dat u de arbeidsvoorwaarden die u voor ogen had wel kunt toepassen op de arbeidsrelatie met uw werknemers. Immers, ieder land kent in beginsel eigen regels op het gebied van het IPR. 

Bij vragen van internationaal privaatrecht (IPR) dient u onder meer te denken aan drie hoofdvragen:
1) wie is de internationaal bevoegde rechter in de grensoverschrijdende zaak?
2) wat is het toepasselijke recht?
3) hoe geschiedt de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse beslissingen en authentieke akten?

Internationale aspecten binnen het arbeidsrecht en het internationale handelsverkeer

Voor u als internationaal opererende ondernemer of als werknemer is het beslist verstandig dat u zich laat voorlichten over eventuele grensoverschrijdende aspecten van uw zaak. Op het gebied van het vermogensrecht behandelen onze advocaten vragen over het overeenkomstenrecht, de onrechtmatige daad, aansprakelijkheidsrecht – denk in dat verband ook aan verkeersongevallen in het buitenland – , het verzekeringsrecht, arbeidsrecht, agentuurovereenkomsten, het consumentenrecht en het goederenrecht (bijvoorbeeld: bescherming van kopers te goeder trouw van buitenlandse auto’s). Onze advocaten Edita Tesnjak en Richard Blauwhoff beschikken over gedegen kennis van de verordeningen Rome I (‘overeenkomsten’), Rome II (‘buitencontractuele schade’), maar weten voor u ook goed de weg te vinden in (bijvoorbeeld) het Weens Koopverdrag en het Haags Verkeersongevallenverdrag.

Door de globalisering doen zich regelmatig vragen voor over internationale rechtsverhoudingen in een open handelsland als Nederland. Die vragen raken zowel particulieren als ondernemingen. Als ondernemer kunt u, bijvoorbeeld, te maken hebben met arbeidsverhoudingen die in niet in één enkel tijdelijk werkland wordt verricht maar in een reeks werklanden.

Vanwege de Europese samenwerking en internationale verdragen – die vaak tot stand zijn gekomen in het kader van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht- zijn er ook regels die door veel verschillende staten aanvaard worden. Er is dan sprake van harmonisering of van unificatie. Tegelijkertijd wijzen verschijnselen als Brexit en geopolitieke ontwikkelingen in landen buiten Europa die bijzonder hechten aan de soevereiniteitsgedachte erop dat het nationale IPR van die landen een factor van belang zal blijven in het internationale rechtsverkeer.

Bij de vaststelling van het toepasselijk recht blijven ook de nationale (ook wel: commune) regels van belang. Op 1 januari 2012 is Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek in werking getreden. Dit deel van het Nederlands BW bevat verwijzingsregels om vast te stellen welk rechtsstelsel van toepassing is op een rechtsverhouding met een internationale dimensie. In artikel 10:2 BW is verankerd het beginsel dat de Nederlandse rechter het buitenlandse recht ambtshalve toepast.  Van de Nederlandse rechter wordt dus best veel verwacht wanneer buitenlands recht van toepassing is. Is, bijvoorbeeld, Duits recht van toepassing op een bepaalde rechtsverhouding, dan moet de Nederlandse rechter dit recht dus kunnen toepassen en dat kan best lastig zijn. Daarvoor kan hij gelukkig te rade gaan bij kenniscentra en/of bij buitenlandse deskundigen. Een rechtskeuze ten processe is soms haalbaar, maar niet altijd zal de rechter of zullen partijen ‘onder het buitenlandse recht uit kunnen komen’. 

Indien u meer wenst te leven over de toepassing van buitenlands recht in de Nederlandse rechtspraktijk, kunt u het artikel raadplegen welke één van de advocaten van Vallei advocaten & mediators hierover heeft gepubliceerd (met Jacques Keltjens, voorheen rechter bij de rechtbank Den Haag). Deze publicatie wordt ook aangehaald in recente jurisprudentie (bijvoorbeeld Hoge Raad 20 februari 2019, ECLI:NL:PHR:2019:166).  Het artikel kunt u middels de volgende knop kosteloos raadplegen en downloaden.

Mocht buitenlands recht van toepassing zijn in uw zaak, dan kan Vallei Advocaten u verder op weg helpen dankzij een goed netwerk van deskundigen en advocaten.

Bij vragen van IPR wordt overigens vaak vooral gedacht aan welk recht van toepassing is. Er zijn echter zoals gezegd ook twee andere hoofdvragen in het IPR die juist in procedures een belangrijke rol spelen. Juist ook de vraag naar de bevoegdheid (internationale rechtsmacht) van de Nederlandse rechter speelt in het internationale handelsverkeer een hoofdrol. Een forumkeuze kan dan soms maar niet altijd uitkomst bieden.

Verder gelden voor de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse vonnissen gelden naar Nederlands (commuun) IPR de zogenaamde Gazprom-criteria, onder verwijzing naar een uitspraak van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2014:2838). Een buitenlandse beslissing wordt in Nederland van rechtswege erkend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  1. de bevoegdheid van de rechter die de beslissing heeft gegeven, berust op een bevoegdheidsgrond die naar internationale maatstaven algemeen aanvaardbaar is;
  2. de buitenlandse beslissing is tot stand gekomen in een gerechtelijke procedure die voldoet aan de eisen van behoorlijke en met voldoende waarborgen omklede rechtspleging;
  3. de erkenning van de buitenlandse beslissing is niet in strijd met de Nederlandse openbare orde;
  4. de buitenlandse beslissing is niet onverenigbaar met een tussen dezelfde partijen gegeven beslissing van de Nederlandse rechter, dan wel met een eerdere beslissing van een buitenlandse rechter die tussen dezelfde partijen is gegeven in een geschil dat hetzelfde onderwerp betreft en op dezelfde oorzaak berust, mits die eerdere beslissing voor erkenning in Nederland vatbaar is.

Op grond van het bepaalde in artikel 431 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) kunnen buitenlandse civielrechtelijke vonnissen in Nederland niet ten uitvoer worden gelegd als er geen verordening of verdrag van toepassing is. Heeft u een vraag over de erkenning of tenuitvoerlegging van een buitenlands vonnis, dan is het van belang om te weten of een verdrag of verordening of artikel 431 Rv. van toepassing is. Onder de vigeur van Brussel I-bis kunnen door een gerecht van een lidstaat gegeven beslissingen gewezen in burgerlijke en handelszaken die zijn gestart na 10 januari 2015 zonder gerechtelijke toestemming echter direct in de hele EU ten uitvoer worden gelegd.

Internationale aspecten binnen het personen- & familierecht

Het internationaal privaatrecht speelt in de privésfeer vooral een belangrijke rol in internationale familiezaken. Denk aan de erkenning van buitenlandse namenreeksen in Nederland, de geldigheid van (religieuze) huwelijken, verschillende vormen van geregistreerd partnerschap, echtscheiding,  nalatenschap maar ook aan adoptie en afstamming, waaronder internationale draagmoederschapsconstructies. Zowel uw nationaliteit als uw gewone verblijfplaats kunnen aanknopingsfactoren zijn om het toepasselijk recht vast te stellen. Soms is het maken van een rechtskeuze een praktische oplossing om rechtsonzekerheid te voorkomen, bijvoorbeeld, in het huwelijksvermogensrecht en in het erfrecht maar in afstammingszaken is een rechtskeuze niet haalbaar. Een groot deel van deze verwijzingsregels (ook wel conflictregels genoemd) is thans neergelegd in Europese verordeningen zoals Brussel II-bis, de Huwelijksvermogensrechtverordening en de Erfrechtverordening. Ook Haagse verdragen zoals het Haags Kinderbeschermingsverdrag en het Haags Alimentatieprotocol spelen een belangrijke rol op het gebied van het toepasselijk recht.

Wij staan aan uw zijde

Gegeven de huidige complexiteit en de veelvoud aan regelingen is het derhalve raadzaam om u zowel privé als zakelijk bij te laten staan door een advocaat die de weg weet te vinden in het IPR wanneer uw zaak internationale aspecten kent of wanneer u dat vermoedt.

De advocaten van Vallei Advocaten kunnen u dankzij deze specifieke expertise helpen om op een laagdrempelige manier de weg te vinden in het ‘oerwoud’ van internationale, Europese en nationale regelingen.

Vallei Advocaten staat u graag met raad en daad ter zijde bij al uw vragen over het IPR. Blijkt na onze analyse dat inschakelen van een buitenlandse deskundige aangewezen is, dan kunnen wij in overleg met u de mogelijkheden bespreken en/of doorverwijzen.

Bij ons kantoor is taalkennis aanwezig van het Engels, Frans, Duits, Spaans, Portugees en Servo-Kroatisch.

© 2020 - Alle rechten voorbehouden - Vallei Advocaten & Mediators