Is de overeenkomst te interpreteren als arbeidsovereenkomst? Anders gezegd: is er sprake van loondienst? Een veel voorkomende vraag. Bovenal een vraag die de gemoederen van zowel de fietsbezorgers van Deliveroo als de politiek (met name de PvdA) in de afgelopen maanden druk heeft beziggehouden. Eergisteren, 23 juli 2018, heeft de rechtbank Amsterdam geoordeeld dat de fietsbezorger een zelfstandig ondernemer is én dus geen werknemer van Deliveroo.

Deliveroo biedt een digitaal platform waarop onafhankelijke restaurants digitaal gekoppeld worden aan klanten. De fietsbezorger vervoert vervolgens maaltijden van diverse restaurants naar door Deliveroo opgegeven adressen.

De fietsbezorger in kwestie had aanvankelijk een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot 3 februari 2018. Op 14 november 2017 sloten partijen een nieuwe overeenkomst, een overeenkomst welke aangeduid werd als overeenkomst van opdracht. Vanaf dat moment werd de bezorger niet meer per uur betaald, maar per volbrachte bestelling. Politici en vakbonden spreken van een schijnzelfstandigheid.

De bezorger startte in januari, gesteund door de PvdA, een gerechtelijke procedure tegen Deliveroo. In dat kader vorderde hij voor recht te verklaren dat de overeenkomst die hij heeft gesloten met Deliveroo geduid moet worden als een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610 BW. Ondanks het feit dat de overeenkomst in duidelijke bewoording vermeldt dat het een overeenkomst van opdracht in de zin van artikel 7:400 e.v. BW betreft. Daartoe voert de fietsbezorger onder meer aan, dat hij arbeid verricht tegen loon waarbij sprake is van een gezagsverhouding. Ook beroept hij zich op het rechtsvermoeden van artikel 7:610a BW.

Met betrekking tot het beroep van de fietsbezorger op artikel 7:610 BW, concludeert de rechtbank dat in de overeenkomst expliciet is vastgesteld wat partijen bij het aangaan daarvan voor ogen heeft gestaan, te weten dat zij niet de intentie hadden dat de bezorger als werknemer krachtens een arbeidsovereenkomst in dienst zou treden bij Deliveroo. Ook gelet op het feit dat de fietsbezorger zijn eenmanszaak in het Handelsregister heeft ingeschreven en een btw-nummer heeft aangevraagd, is vast te stellen dat de fietsbezorger zich ervan bewust was dat hij als zelfstandig ondernemer voor Deliveroo werkzaamheden zou verrichten. Tot dusver (in het kort) hetgeen wat partijen bij het aangaan van de overeenkomst voor ogen heeft gestaan.

Voor de beoordeling van de vraag of partijen een arbeidsovereenkomst hebben gesloten, is het ook van belang om te bezien op welke wijze partijen uitvoering hebben gegeven aan de overeenkomst. De rechtbank heeft onder meer geconcludeerd dat niet gesproken kan worden van een gezagsverhouding zoals bedoeld in artikel 7:610 BW. Ook van belang heeft de rechtbank geacht het gegeven dat de bezorger zelf kon beslissen of hij zich aanmeldde voor werk en bestellingen kon weigeren. Daarnaast mocht de bezorger in zijn eigen kleren en met een eigen thermobox werken, zolang deze voldeden aan de veiligheidsvereisten. Het feit dat de bezorger in werkelijkheid in kleding van Deliveroo bezorgde en gebruik maakte van een thermobox van Deliveroo, doet daaraan niet af. Bovendien stond het de bezorger vrij om werkzaamheden te verrichten voor concurrerende ondernemingen en mocht hij zich laten vervangen.

Voor wat betreft het beroep op artikel 7:610a BW, benadrukt de rechtbank dat het betreffende artikel is geschreven voor de gevallen dat geen of onduidelijke afspraken omtrent de arbeidsverhouding zijn gemaakt. Daarvan is in casu geen sprake.

Al met al meent de rechtbank dat voldoende is komen vast te staan dat de fietsbezorger wist dat zijn arbeidsovereenkomst zou eindigen en hij daarom ook bewust akkoord is gegaan met de nieuwe overeenkomst. De bezorger was zich er aldus van bewust, dat hij als zelfstandig ondernemer ging werken voor Deliveroo. In dat kader heeft de bezorger zich ook ingeschreven in het Handelsregister.

Daarnaast heeft de rechtbank zich op het standpunt gesteld dat het aan de politiek is om – indien gewenst – de wet op dit punt aan te passen. De betrokken politici zijn strijdlustig, waardoor wij ongetwijfeld nog veel zullen horen over de wijze waarop de huidige Nederlandse wetgeving moet worden geïnterpreteerd ten aanzien van arbeidsverhoudingen die voorkomen in de zogenoemde ‘platformeconomie’. Daarnaast is vorige maand opnieuw een rechtszaak aangespannen tegen Deliveroo, nu door de vakbond FNV namens andere fietskoeriers. Men lijkt Denemarken als voorbeeld te zien: in Denemarken is nu een nieuwe cao voor platformeconomie.

Tot die tijd, is het van groot belang om als werkgever bewust te zijn van de keuzes die u maakt. Laat u daarin tijdig adviseren: wij volgen de ontwikkelingen op de voet en informeren u daaromtrent graag.

Ook deze uitspraak leert ons, dat het van groot belang is om in duidelijke bewoordingen de bedoelingen van partijen vast te leggen maar ook om de uitvoering van de overeenkomst scherp in de gaten te houden. Werkgevers, laat u op voorhand van gedegen advies voorzien en schroom niet om ook tijdens de uitvoering van de overeenkomst bij vragen en/of twijfels contact op te nemen met ons kantoor.

Ons deskundige team staat voor u klaar. Evenals als de koffie. Wij zien u graag op ons advocatenkantoor in Ede.

« Terug naar het overzicht

© 2018 - Alle rechten voorbehouden - Vallei Advocaten