Werknemer kan geen ‘recht’ op thuiswerken bij – vrees voor – Corona afdwingen (Rechtbank 16 juni 2020)

Kantonrechter heeft zich uitgelaten over de vraag of een werknemer vanwege (vrees voor) Corona een recht op thuiswerken kan en mag afdwingen bij de werkgever. De rechter heeft afwijzend geoordeeld.

Rechtbank Gelderland, 16 juni 2020

Op 16 juni 2020 (ECLI:NL:RBGEL:2020:2954) heeft de kantonrechter in Nijmegen uitspraak gedaan in een kort geding dat een werkneemster had aangespannen tegen haar werkgever met de vordering om thuis te mogen werken.

De werkneemster had haar vordering gebaseerd op de Wet flexibel werken (Wfw) en was daarbij van mening dat er dringende argumenten waren waardoor zij tot 1 september 2020 thuis zou mogen werken. Zo werd onder meer verwezen naar de algemene overheidsinstructie om ‘zoveel als mogelijk thuis te werken’.

De kantonrechter merkt allereerst op dat op basis van een formeel argument in kort geding geen uitspraken kunnen worden gedaan die de rechtstoestand tussen partijen vaststelt. Anders gezegd, een kortgedingprocedure is niet de geëigende route om een dergelijke situatie te laten beoordelen.

Ook geeft de kantonrechter inhoudelijke argumenten waarom de vordering moet worden afgewezen.

Om te beginnen faalt het beroep op de Wfw , omdat werkgever minder dan tien werknemers in dienst heeft. Verder oordeelde de rechter dat de werkgever al het mogelijke heeft gedaan om de werkzaamheden vorm te geven conform de algemene overheidsinstructies. Dat, met name in de beginfase, niet alle voorwaarden optimaal zijn verlopen maakt niet dat dit een reden is om niet op kantoor te komen werken. Daarnaast heeft de werkgever onderbouwd dat het in deze economische spannende tijd voor haar belangrijk is dat de werknemers op de werkvloer aanwezig zijn. Tevens begeleidt de betrokken werkneemster een collega en is zij van belang omdat bepaalde werkzaamheden niet zonder meer overgedragen kunnen worden.

Een belangrijke afweging die de rechter maakt is dat het zeer algemeen geformuleerde overheidsadvies over ‘het zoveel mogelijk thuiswerken’ niet zover in de specifieke rechtsverhouding tussen een werkgever en een werknemer grijpt dat op basis daarvan een recht op thuiswerken kan worden gebaseerd. Het beroep op artikel 7:611 BW faalt dan ook.

Uit deze uitspraak volgt dat het belangrijk is goede afspraken met elkaar te maken en dat er concreet gekeken wordt naar zowel het belang van de werkgever als ook van de werknemer. Een beroep op algemeenheden werkt (dus) niet.

Laat u adviseren door onze specialisten

De ervaren arbeidsrecht advocaten van Vallei Advocaten & Mediators kunnen u met advies, maar ook in een procedure, bijstaan. Uiteraard nemen wij alle overheidsadviezen ter harte bij het bespreken van uw kwestie en zijn wij op de hoogte van de laatste ontwikkelingen.


Meer interessante artikelen lezen?

« Terug naar het overzicht

© 2020 - Alle rechten voorbehouden - Vallei Advocaten & Mediators