In het arbeidsrecht is de stand van de economie makkelijk waarneembaar. In tijden van crisis vormen ontslagprocedures op grond van bedrijfseconomische redenen de hoofdmoot. Op het moment dat de economie weer aantrekt ontstaan er ‘in eens’ vragen over het concurrentiebeding. In dit artikel kijk ik kort naar het concurrentiebeding in relatie tot een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.

In een concurrentiebeding maken werkgever en werknemer afspraken over het verbod om na het einde van het dienstverband voor een periode niet in dienst te treden bij een concurrent, meestal op verbeurte van een boete.

Aan een concurrentiebeding zitten drie strikte voorwaarden. Zo is het beding alleen geldig bij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, dient het schriftelijk te zijn overeengekomen en tot slot mag dat alleen met een meerderjarige werknemer.

De heersende leer in de jurisprudentie is dat ook bij een concurrentiebeding geldt; ‘afspraak is afspraak’. Er zal daarom niet snel toegekomen kunnen worden aan het gehele of gedeeltelijke vernietigen van het beding tenzij handhaven van het beding tot onaanvaardbare situaties zou leiden. Tot zover niet veel nieuws onder de zon. De nieuwigheid zit hem in het toepassen van een concurrentiebeding op een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.

Bij de invoering van de wet werk en zekerheid (WWZ) heeft de wetgever bepaald dat de hoofdregel is dat er bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd geen sprake kan zijn van een concurrentiebeding, tenzij er ‘zwaarwichtige bedrijfsbelangen zijn die een concurrentiebeding vereisen’. De reden voor het concurrentiebeding moet dus gemotiveerd worden én die motivering moet in het beding staan vermeld.

In een recente uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden *1) komt naar voren op welke manier de motivering in een concurrentiebeding juridisch stand houdt. In het beding stond:
‘Het is werknemer verboden om binnen een tijdvak van één jaar na het einde van het dienstverband binnen Nederland – ongeacht de wijze waarop en de redenen waarom het dienstverband tot een einde is gekomen – , direct en/of indirect, een zaak te drijven gelijk(soortig) en/of aanverwant aan die van werkgever, en/of door een aan werkgever gelieerde onderneming en/of een zodanige zaak mede te drijven of te doen drijven en/of daarbij financieel of anderszins belang te hebben en/of daarvoor op enigerlei wijze in dienstbetrekking en/of anderszins tegen vergoeding en/of om niet, werkzaam te zijn, tenzij met voorafgaande uitdrukkelijke en schriftelijke toestemming van werkgever. Aangezien werknemer vanuit zijn functie als Accountmanager in aanmerking komt met zeer vertrouwelijke informatie over werkgever en contact heeft met relaties van het bedrijf en kennis neemt van cijfer, marges, strategieën, prijsafspraken etc., heeft werkgever een zwaarwichtig belang bij het overeenkomen van het hiervoor genoemde concurrentiebeding.’

In deze kwestie is het Gerechtshof van mening dat uit de motivering voldoende blijkt van de zwaarwichtige bedrijfsbelangen die de werkgever heeft. De belangen van de werknemer moesten daar in deze kwestie voor wijken.

Zit u in een economische groei en heeft u een vraag over een concurrentiebeding? Bel rustig met Vallei Advocaten & Mediators, 0318-619121! Onze advocaten geven u een perfect advies op maat.

*1) Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 27-12-2016, (werknemer/Koffiebranderij G. Peeze BV)

« Terug naar het overzicht

© 2018 - Alle rechten voorbehouden - Vallei Advocaten & Mediators