Arbodienst aansprakelijk voor tekortkomingen bij re-integratie

De wet verplicht aan werkgever en werknemer om re-integratie inspanningen te verrichten wanneer de werknemer arbeidsongeschikt is. De werkgever is op grond van de arbeidsomstandighedenwet verplicht zich tijdens de ziekte van de werknemer te laten begeleiden door de arbodienst.

Het komt regelmatig voor dat de werkgever of werknemer zich niet houdt aan de re-integratieverplichtingen. Als een werkgever zich niet houdt aan de re-integratieverplichtingen kan hem door het UWV een langere loondoorbetalingsplicht opgelegd worden. Wanneer de werknemer zich niet houdt aan de re-integratieverplichtingen kan de werkgever het loon opschorten of zelfs stopzetten. Maar wat gebeurt er als de arbodienst te kort schiet in zijn verplichtingen bij de re-integratie?

Hof Den Haag heeft recent geoordeeld dat niet de werkgever maar de arbodienst aansprakelijk was voor de tekortkoming tijdens re-integratie. Hoe het allemaal precies zit lees je hieronder.

De zaak

UWV

De werkgever en de arbodienst zijn in 2007 een dienstverleningsovereenkomst overeengekomen. Op 22 februari 2012 heeft een werknemer zich ziek gemeld. Vanwege de re-integratie van deze zieke werknemer zijn partijen op 9 juli 2013 een aanvullende overeenkomst, in verband met re-integratie 2e spoor, overeengekomen.

Het UWV is tot de conclusie gekomen dat de werkgever onvoldoende re-integratiewerkzaamheden heeft verricht. Om deze reden is hem een loonsanctie opgelegd bestaande uit een loondoorbetalingsverplichting tot 17 februari 2015. Werkgever en de arbodienst hebben samen bezwaar ingesteld tegen de oplegde loonsanctie. Het ingestelde bezwaar is op 18 november 2014 door het UWV ongegrond verklaard. Werkgever heeft vervolgens en wel op 15 juli 2014 een verzoek gedaan tot verkorting van de loonsanctie. Het UWV heeft op 6 augustus 2014 besloten dat werkgever de tekortkomingen in de re-integratieverplichting nog niet hersteld had. Bij besluit van 20 maart 2015 heeft het UWV het bezwaar hiertegen ongegrond verklaard. Werkgever en de arbodienst zijn bij de bestuursrechter van de rechtbank Gelderland in beroep gegaan tegen de besluiten van 18 november 2014 & 20 maart 2015. De rechtbank heeft op 27 augustus 2015 het beroep tegen beide besluiten ongegrond verklaard. Hiertegen is geen hoger beroep ingesteld. De procedures bij het UWV en de bestuursrechter zijn daarmee ten einde gekomen.

Rechtbank Gelderland

Na de procedure bij het UWV en de bestuursrechter van de rechtbank Gelderland heeft werkgever een civielrechtelijke zaak tegen de arbodienst aangespannen. Werkgever stelde zich op het standpunt dat de arbodienst tegenover werkgever tekortgeschoten is in de nakoming van de verplichtingen uit de aanvullende overeenkomst. Volgens werkgever had de arbodienst de werknemer meer moeten begeleidde en sturen gedurende het re- integratietraject. Werkgever heeft er volgens de rechter niet op mogen vertrouwen dat de arbodienst beoogde te garanderen dat aan het inschakelen van de arbodienst de garantie was verbonden dat het re-integratietraject aan de wettelijke inspanningsverplichting zou voldoen.  Werkgever is tegen deze beslissing van de rechter wel in hoger beroep gekomen.

Hof Den Haag

Werkgever stelt zich op het standpunt dat de arbodienst onvoldoende inspanningen ter zake van de verplichtingen uit de aanvullende overeenkomst heeft verricht. Tevens heeft de arbodienst volgens de werkgever onvoldoende druk uitgeoefend op de sollicitatiewerkzaamheden van de werknemer. De arbodienst heeft hiertegen als verweer aangevoerd dat de re-integratie inspanningen die van werkgever en werknemer verwacht mogen worden zijn neergelegd in de Beleidsregels beoordelingskader poortwachter. De eerste stap van de beoordeling is om te kijken of de re-integratie tot een voldoende resultaat heeft geleid. Van een voldoende resultaat is sprake wanneer tot een (gedeeltelijke) werkhervatting die aansluit bij de resterende functionele mogelijkheden van de werknemer. De rechter is in deze zaak echter van mening dat uit bovengenoemde stellingen van de arbodienst niet opgemaakt kan worden dat deze voldoende sturend heeft opgetreden. Ook is onvoldoende bewezen dat de arbodienst de werkgever genoeg heeft geadviseerd om maatregelen te treffen tegen de werknemer.

Op 16 mei 2013 en 19 september 2013 heeft de arbodienst aan de werkgever “in overweging gegeven” om een deskundigenoordeel aan te vragen bij het UWV. Om te beoordelen of werkgever en werknemer voldoende aan re-integratie hebben gedaan. Bovendien heeft de arbodienst niet gesteld dat zij de werkgever nadrukkelijk heeft gewezen op de noodzaak van het snel inzetten van het tweede spoor in verband met de verplichting van de wet poortwachter. Op grond van de dienstverleningsovereenkomst had dit wel van de arbodienst verwacht mogen worden. Volgens de werkgever zijn de adviezen van de arbodienst om een oordeel van het UWV aan te vragen onvoldoende klemmend geweest. Hierdoor heeft de arbodienst niet op de gevolgen van het niet aanvragen van dit deskundigenoordeel gewezen en niet heeft kenbaar gemaakt dat zij niet meer verantwoordelijk zou zijn.

Het Hof Den Haag is van mening dat het “advies” dan ook te vrijblijvend is geformuleerd om de tekortkomingen van de arbodienst bij de re-integratie tweede spoor van werknemer te kunnen wegnemen in elk geval om de schade als gevolg van de opgelegde loonsanctie mede aan de werkgever te kunnen toe kennen.

Conclusie

Het oordeel van het Hof Den Haag is dat de arbodienst niet de benodigde inzet heeft geleverd, die wel van haar verwacht had mogen worden, om de werkgever te waarschuwen voor eventuele gevolgen bij het niet nakomen van de re-integratieverplichting. Het Hof stelt de arbodienst dan ook aansprakelijk voor de gelede schade aan de zijde van de werkgever. Dit komt mede door de tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen uit de aanvullende overeenkomst, welke partijen op 9 juli 2013 zijn overeengekomen. De arbodienst wordt dan ook veroordeeld om aan werkgever te betalen de loonsanctie opgelegd door het UWV inclusief de extra afgedragen verzekeringspremies, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.

Uit het voorgaande kan worden opgemaakt dat:

  • de arbodienst tijdens de re-integratie van een arbeidsongeschikte werknemer voldoende sturing moet geven;
  • de arbodienst duidelijke adviezen moet schrijven;
  • de arbodienst consequenties van bepaalde stappen moet benadrukken aan de werkgever.

Heeft u vragen omtrent een lopende kwestie in uw onderneming omtrent re-integratieverplichtingen? Of bent u als werknemer verwikkeld in een re-integratiekwestie waarbij u graag advies wenst omtrent de te nemen stappen? Aarzel dan niet en neem direct contact op met een van de ervaren arbeidsrechtadvocaten van Vallei Advocaten & Mediators te Ede

« Terug naar het overzicht

© 2022 - Alle rechten voorbehouden - Vallei Advocaten & Mediators